Van het tweede tot het derde pesachfeest 1 studie
De laatste week vóór de arrestatie 1 studie
Van het tweede tot het derde pesachfeest
-
PER141
De gelijkenis van het onkruid en de tarwe
De gelijkenis van het onkruid en de tarwe (Matteüs 13.24-30), die uitsluitend bij Matteüs voorkomt, leert dat goed en kwaad tot het laatste oordeel naast elkaar bestaan in de wereld. Jezus illustreert daarin het geduld van God, die de scheiding tussen rechtvaardigen en goddelozen uitstelt tot de eschatologische oogst, die aan de engelen wordt toevertrouwd. Deze gelijkenis sluit aan bij een diepgaande Bijbelse bezinning op de schijnbare voorspoed van de goddelozen, die ook bij Habakuk, Asaf, Jeremia en Job voorkomt.
Job 21.7-13 (De Heilige Schrift 1917) :Waarom leven de goddelozen, worden oud, ja, worden geweldig in vermogen?Hun zaad is bestendig met hen voor hun aangezicht, en hun spruiten zijn voor hun ogen.Hun huizen hebben vrede zonder vreze, en de roede Gods is op hen niet.Zijn stier bespringt, en mist niet; zijn koe kalft, en misdraagt niet.Hun jonge kinderen zenden zij uit als een kudde, en hun kinderen huppelen.Zij heffen op met de trommel en de harp, en zij verblijden zich op het geluid des orgels.In het goede verslijten zij hun dagen; en in een ogenblik dalen zij in het graf.De Heilige Schrift 1917, publiek domein — tekst: eBible.org
De laatste week vóór de arrestatie
-
PER305
Gelijkenis van de tien maagden
De gelijkenis van de tien maagden leert hoe belangrijk geestelijke voorbereiding is op de terugkomst van de Heer en toont twee mogelijke uitkomsten: gereed zijn en met de Bruidegom binnengaan, of te laat komen en de deur gesloten vinden.
Mattheüs 25.1-13 (De Heilige Schrift 1917) :Alsdan zal het Koninkrijk der hemelen gelijk zijn aan tien maagden, welke haar lampen namen, en gingen uit, den bruidegom tegemoet.En vijf van haar waren wijzen, en vijf waren dwazen.Die dwaas waren, haar lampen nemende, namen geen olie met zich.Maar de wijzen namen olie in haar vaten, met haar lampen.Als nu de bruidegom vertoefde, werden zij allen sluimerig, en vielen in slaap.En ter middernacht geschiedde een geroep: Ziet, de bruidegom komt, gaat uit hem tegemoet!Toen stonden al die maagden op, en bereidden haar lampen.En de dwazen zeiden tot de wijzen: Geeft ons van uw olie; want onze lampen gaan uit.Doch de wijzen antwoordden, zeggende: Geenszins, opdat er misschien voor ons en voor u niet genoeg zij; maar gaat liever tot de verkopers, en koopt voor uzelven.Als zij nu heengingen om te kopen, kwam de bruidegom; en die gereed waren, gingen met hem in tot de bruiloft, en de deur werd gesloten.Daarna kwamen ook de andere maagden, zeggende: Heer, heer, doe ons open!En hij, antwoordende, zeide: Voorwaar zeg ik u: Ik ken u niet.Zo waakt dan; want gij weet den dag niet, noch de ure, in dewelke de Zoon des mensen komen zal.De Heilige Schrift 1917, publiek domein — tekst: eBible.org